00           De oudst bekende stamvader

 Doede Tialijns (ook wel Tjallings) is de oudst gevonden voorvader van de Bijkersma ’s, hij moet rond 1609 zijn geboren in Winsum maar trouwde in Sneek op 16 december 1630 met Marij Gosses in de Nederduits Gereformeerde kerk de latere Nederlands Hervormde kerk cq de PKN. Dit is terug te vinden in het trouwregister van de kerk:

 

Doede Tialyns Marij Gosses web.jpg

 Den 16 December Doede Tialijns van Winsum ende Marij Gosses van Gauw met adestatij getrout.

 

               

 

 

Maar  doopgegevens van de kinderen zijn niet te vinden, dus misschien waren ze wel Doopsgezind of ongelovig, maar ze trouwden wel in de Hervormde kerk omdat het voor 1795 verplicht was het huwelijk door een Hervormd predikant of door het nedergerecht te laten voltrekken. Of ze lieten alle kinderen dopen in het kerkje van Loënga waar geen gegevens meer van te vinden zijn. Loënga omdat zoon Yde Doedes (zie generatie 01) bij zijn trouwen in Nijland vertelde dat hij van Loënga kwam.

Hij vertelde ook dat hij Rolma heette terwijl die naam  niet door zijn vader  of zijn broers werd gebruikt. Die naam Rolma is verder ook niet meer te achterhalen omdat er over die tijd geen materiaal over gebleven is. Er kwamen in die tijd meer Rolma’s voor in Sneek en omgeving  ook wel geschreven als Rolsma of Rollema, die namen werden  door elkaar gebruikt, zo kon iemand als Rollema zijn geboren en overleden zijn als Rolma. Maar de achternaam werd vaker weggelaten omdat de patroniem ( Tialijns, zoon van Tialijn ) veel belangrijker werd gevonden, dan wist je van wie het er een was.

In 1811 werd door de nakomelingen,  zie generatie 03, een geheel nieuwe naam gekozen, welke ontstaan is door de bijverdienste van opa als bijker,  het houden van bijen. Het meest beoefende beroep van de Bijkersma ’s was echter dat van schoenmaker of wel meester-schoenmaker in de dorpen rondom Bolsward en Sneek.

De gegevens van de vroegste voorouders komen uit een testament dat een zekere Tjalling Doedes en zijn vrouw Tjitske Harmens lieten opmaken omdat zij geen kinderen hadden. In  1696 werden zij eigenaar van de boerderij Rijtseterp bij Tjerkwerd die zij al pachten sinds 1680. Na hun dood werden Marij Gerrijts en Jochum Gerrijts (kinderen van zijn oudste broer Gerrijt Doedes) samen met Aeltie Jans (een dochter van een broer van  Tjitske Harmens) de nieuwe eigenaren. Sijmen Agis de echtegenoot van Marij Gerrijts werd de beheerder. Maar  ze moesten wel vanaf 1724 hun achterneef Tjalling Doedes ( naamgenoot van de erflater en kleinkind van broer Yde Doedes) op de boerderij laten wonen en andere familieleden een aandeel in de erfenis geven.

Zie voor verdere informatie het artikel van  Richard Keijzer dat hij schreef voor Tjerkwerd ( www.tsjerkwert.nl ) :

 ‘Rumoer in Ritsebuorren’.

Deze stamreeks is opgedeeld in generaties, bij elkaar behorende families uit een bepaalde periode. Na de 3e generatie, rond 1800, ontstaan er drie familietakken, twee in Friesland en één in Brabant. Maar momenteel woont er nog slechts één gezin in Friesland die de naam Bijkersma draagt, de rest woont buiten Friesland of zelfs buiten Nederland. Bij de volkstelling in 1947 worden er 64 Bijkersma ‘s geregistreerd, waarvan nog 26 in Friesland, 13 in Brabant en 10 in Amsterdam.

Niet alle exacte geboortedatums konden  worden achterhaald, indien de geboortedatum of huwelijksdatum 01-01- van een bepaald jaar vermeld, betekent dit dat de datum is afgeleid van andere wel bekende datums. Het jaar kon dan wel met enige zekerheid worden vastgesteld maar niet de dag en de maand.  

Terug naar Generaties

 

Ps De blauw gekleurde onderstreepte teksten hebben een vervolg, click erop.